dinsdag 10 maart 2009

Paklijst etenswaren voor een onbewoond eiland

Janneke Vreugdenhil werpt in haar kookblog van nrc next de vraag op welke tien ingrediënten je zou meenemen als je verhuist naar een onbewoond eiland. Intrigerende vraag, want dat werpt je terug tot de vraag wat je primaire levensbehoeften zijn als het om voedingstoffen gaat. Water. Is er wel zoet water op dat eilandje?

En verder is het wel handig om granen, fruit en groenten te kunnen eten. Zijn er bomen met kokosnoten en struiken met sappige bessen? Je kunt wel een hele voorraad groenten meenemen in je rugzak, maar op een kale rots houd je het dan nog steeds niet zo lang uit. Het is dus van belang om te weten wat het onbewoonde eilandje aan eetbare vruchten, groenten en noten voortbrengt en of er in de omringende zee aardige visjes te vangen zijn.

Zo niet, dan kunnen we smaakmakers als citroen, zongedroogde tomaatjes, spekblokjes, geitenkaas en vijgenmarmelade gerust thuis laten en onze bijbehorende idyllische kookdromen. Dan moeten we onze rugzak volstoppen met spul om zout water drinkbaar te maken, een blik witte bonen, een blikopener en niet te vergeten lucifers om een vuurtje aan te maken. Doe dan trouwens ook maar wat houtblokken in de tas. En voor de frivoliteit ook nog een voorraad chocola. Het moet wel leuk blijven.

TarteTatin traditie


Van alle taarten roept tarte tatin volgens mij de meest warme gevoelens op. Hij hoort bij Frankrijk, bij de zomer, bij zwoele zomerluchten en bij liefdes die een leven lang meegaan.

Onlangs dook hij weer op
als het favoriete gerecht van een lezer van nrc next, die hiermee indruk had gemaakt op een geliefde. Zoiets noem ik geen toeval.

De taart heb ik dus al, nu de bijpassende traditie nog. Want ik vind dat de bereiding van tarte tatin bij een speciale gelegenheid hoort. Dat je bij het woord tarte tatin meteen aan je verjaardag denkt. Of aan Tweede Pinksterdag. Of aan midzomernacht. In ieder geval aan Feest.

Nog meer genieten met appels:

maandag 9 maart 2009

Pittige linzensoep met tapenade


Rode linzen hebben zo'n mooie kleur, dat het bijna jammer is om er soep van te koken. Dan verdwijnt die kleur namelijk grotendeels. Maar doe je het toch, dan is Pittige Linzensoep met citroen een aanrader. De tomaten kleuren de soep toch weer roder. En citroen is een vrucht die een gerecht een geweldige oppepper geeft.

Toch bleef de soep nog wat laf, dus verdubbelde ik de hoeveelheid citroensap. De linzensoep bleef wat 'stroef' smaken. Wat te doen? Wat gember erbij, dan maar. Dat was het ook niet. Toen viel opeens mijn oog op het potje tapenade in de koelkastdeur. Oosterse soep met provençaalse tapenade? Ongebruikelijk, maar waarom niet. East meets west. Het bleek een gouden combinatie!

Pittige linzensoep met citroen en tapenade

Ingrediënten:
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 1 ui, fijngesneden
  • 2 teentjes knoflook, uitgeperst
  • 2 theelepels komijnpoeder
  • 1 theelepel kaneel
  • een halve theelepel gemberpoeder
  • 500 gram rode linzen
  • 1 blik tomatenblokjes
  • 1 liter kippenbouillon
  • 150 gram kipfilet, in stukken gesneden
  • 2 eetlepels fijngesneden peterselie
  • sap van 1 citroen
  • 3 eetlepels tomatentapenade
  • zout en versgemalen zwarte peper
Bereiding:

Zet een pan met linzen op het vuur met een halve liter water. Laat een half uur koken. Pak een andere pan, waarin je de olie verhit. Smoor de ui en knoflook 4 minuten. Vroeg de kruiden, de helft van de gekookte linzen, de tomaten, de stukjes kip en de bouillon toe Breng aan de kook. Draai het vuur laat en laat de soep circa 5 minuten zachtjes koken.
Pureer de overige linzen met de staafmixer glad. Roer de puree door de soep, gevolgd door de peterselie. Breng de soep op smaak met zout, peper, citroensap en tapenade. Laat de soep niet meer koken en serveer hem met Turks brood of stokbrood.

zaterdag 28 februari 2009

De lasagneschep

Jaren geleden hadden we een lasagneschep die er mocht wezen. Met deze schep kon je met één zwaai een flinke portie lasagne op je bord drapperen. Maar helaas kreeg de schep steeds meer roestvlekken, zodat we op een zekere dag afscheid van hem moesten nemen. Vol vertrouwen dat we snel een goede opvolger van hem zouden kunnen aanschaffen, mikten we hem zonder al te veel deernis in de vuilnisbak. Ja, het leven is hard.

Ondertussen behelpen we ons al jaren met een spatel, die in de verste verte niet in de schaduw kan staan van de gedenkwaardige lasagneschep. Want al jaren kijk ik bij Blokker, Hema, Bijenkorf, V & D, Marskramer en weet ik welke winkels allemaal nog meer naar een opvolger, maar ik heb nog nooit een fatsoenlijke lasagneschep aangetroffen.

De komst van het kookwarenhuis DOK zou voor een ommekeer in ons leven zorgen. Hier troffen we inderdaad diverse lasagnescheppen aan. Er hing een prijskaartje van minstens drie tientjes aan, maar dan had je wel een speciale designschep van roestvrij staal. Met het oog op zijn intensieve gebruik in ons huishouden is dat laatste aspect natuurlijk cruciaal, dus dat was zeer bemoedigend. Maar het formaat van de schep liet nog steeds te wensen over. Eerlijk gezegd was het ding weinig breder dan de spatel, die wel al in gebruik hadden.

Toch maar geen lasagneschep. Ik kookdroom nog even verder.

Vrouweneten

Vrouwen grijpen de macht als het om culinaire trends gaat, lees ik in het blad Delicious. Vrouwen zijn niet van groot en veel en vet, maar van licht en gezond en vers en biologisch. Dankzij vrouwen met hun verlangen naar smeuig warm voedsel is comfort food helemaal hot. En, ook een leuke: vrouwen hebben het toetje gepromoveerd van nagerecht tot hoofdschotel.

Groenten in hun meest pure vorm hebben dankzij vrouwen weer status gekregen. Allemaal mooi en aardig, maar hoe kan het dan dat vegetarisch eten in het gros van de restaurants nog steeds een ondergeschoven kindje vervult? De keuze aan vegetarische gerechten is doorgaans beperkt tot één of twee schotels. En bij toprestaurants ontkom je al helemaal niet aan een gerecht, waarin vis of vlees centraal staat.

Het punt is volgens mij dat vlees en vis toch belangrijke smaakmakers zijn, die zich moeilijk laten vervangen door andere eiwitrijke ingrediënten. Daar moeten vrouwen ook nog iets op verzinnen. Een smeuiige smaakmaker die een gerecht opnieuw pit geeft. De wilde kruidigheid van cacao, dat lijkt me wel wat.

zaterdag 21 februari 2009

Oergevoel


Wekelijks staat er een papieren zak voor onze voordeur met groenten en fruit. De kinderen vinden het enorm spannend om te kijken wat er deze keer in zit. Raapsteeltjes, prei, bietjes of toch weer broccoli? De groentetas is een wekelijkse belevenis.

"Dat doe je zeker voor de creativiteit", zei Jasper, toen ik net een abonnement op de groentetas genomen had. Dat klopt. Want niet alleen ben ik minstens zo nieuwsgierig als de kinderen, de helft van de lol van de biologische groentetas zit in het bedenken wat we er allemaal mee gaan doen. Zo verdwenen de raapsteeltjes samen met knoflook, olie en citroensap in een pakketje zilverfolie in de oven. Ik denk dat het appelleert aan een soort oergevoel. De jagers komen thuis met de geschoten dieren en de gevangen vissen, de vrouwen hebben bessen en wortels verzameld. En dan maar kijken wat voor eten je daarvan maakt.

Misschien vloeit uit datzelfde oergevoel ook het plezier voort, dat ik heb bij langzame bereidingswijzes. Bouillon trekken of kipkluifjes in een tandoori-yoghurtmarinade leggen, leveren heerlijke kookdromen op. Gisteravond heb ik witte bonen in het water gezet om ze te laten weken. De bonen hebben we afgelopen zomer in een Italiaanse supermarkt ingekocht en droegen toen al de belofte in zich van een heerlijke maaltijd.

Vanmorgen waren de bonen helemaal opgezwollen. Er zit ineens levenskracht in. Als ik ze een dag langer zou laten weken, komen er piepkleine worteltjes uit. Helaas is voor de bonen de droom snel afgelopen. Vanmiddag worden ze tot soep gekookt.

Witte bonensoep

Ingrediënten:
  • 500 gram canellibonen
  • 1 ui
  • 3 preien
  • 1 teen knoflook
  • 4 bouillonblokken
  • 1 winterwortel
  • 3 stengels bleekselderij
  • Italiaanse kruiden
  • Rookworst
Bereiding:

Week de bonen 24 uur in koud water. Zet de bonen op het vuur met 2 liter water, de gesneden wortel, bleekselderij, knoflook en ui. Kook dit 1 uur op een laag vuur. Pureer het mengsel met de staafmixer. Voeg de prei toe en de bouillonblokken en kook de soep nog een kwartier. Voeg de kruiden toe (ik gebruikte een mengsel met gedroogde stukjes tomaat) en de schijfjes rookworst en roer de soep goed door. Eet de soep met Italiaanse croutons en ciabatta.

vrijdag 6 februari 2009

Wintervoedsel

Käseschnitte uit Zwitserland

We gaan niet op skivakantie. Geen ramp, want ik ben geen sneeuwfanaat. En voor de culinaire genoegens hoef je al helemaal niet naar de Alpen af te reizen. Aan de Zwitserse en Oostenrijkse keuken bewaar ik vooral herinneringen over teveel vette kaas en te grote lappen vlees. Met de Zwitserse Käseschnitte met een stukje augurk en schijfje ananas als groentegarnering als gedenkwaardig dieptepunt.

En toch betreur ik het dat we deze winter niet naar de Alpen gaan. De directe aanleiding is het kookboek Snow Food, dat Janneke Vreugdenhil vandaag in haar column in nrc next besprak. Want ik kreeg onmiddellijk wel veel zin in de kaasfondues, de Indische varianten op de Hollandse stamppotten en de ingenieuze variaties met gedroogd Alpenvlees en canard de confit. De après-ski-cocktail met échte sneeuw is natuurlijk ook geweldig.

Gelukkig vond ik wel het recept van Hotspot: Hollandse hutspot met Indonesische rendang. Mijn ultieme kookdroom voor deze winter. En nu maar hopen dat het hier in Nederland flink gaat sneeuwen.

Hotspot

Ingrediënten:
  • Sukadelappen
  • Boemboe voor rendang
  • ui
  • knoflook
  • sereh
  • komijnpoeder
  • korianderzaad
  • verse gember of gemberpoeder
  • kokosmelk
  • ketjap
Bereiding:

Fruit de boemboe en de ui. Voeg de knoflook in stukjes toe. Voeg het kleingesneden vlees toe en roer het vlees kort in de pan. Voeg wat water toe en de kokosmelk, zodat het vlees net onder staat. Voeg de overige kruiden toe en laat het vlees minstens anderhalf uur stoven. Maak het vlees op smaak met ketjap. Serveer met hutspot.